San Sebastián de Garabandal - Een bergdorpje in het noorden van Spanje met een hoopvolle boodschap - update januari 2017
GARABANDAL
ESPERANZA
een boodschap
van hoop
DE
GEBEURTENISSEN
VAN
GARABANDAL
Het begin
Een klein bergdorp
San Sebastian de Garabandal, kortweg
Garabandal, is een klein bergdorp in de
uitlopers van de Cantabrische bergen in het
noorden van Spanje, de Picos de Europa - de
toppen van Europa. Het ligt ten zuiden van de
grote havenstad Santander en het kleinere
havenstadje San Vicente de la Barquera,
liggend op een hoogte van zo'n 600 meter.
Garabandal was in 1961 het armste en meest
geïsoleerde boerendorp in de regio. Er woonden
niet meer dan 300 mensen. De enige
toegangsweg tot Garabandal was een 5,5
kilometer lang karrenspoor, uitgehouwen aan
de zijkant van de berg, die slingerend naar
boven leidde vanaf Cosío, het dichtstbijzijnde
dorp.
In de laatste bocht naar boven, wordt een
eenzame groep van negen pijnbomen
zichtbaar, staande op een hoger gelegen
plateau dat zich tegen de horizon aftekent.
Het dorp zelf bestaat uit een tachtigtal stenen
gebouwtjes, die tegen elkaar zijn aangebouwd
op een kleine strook land met uitzicht op een
vallei.
Fatima, Lourdes, Garabandal
Net als Fatima en Lourdes, was Garabandal
een plaats van onaardse rust en schoonheid.
De dorpelingen stonden in de hele regio
bekend om hun vroomheid en hun trouwe
naleving van devoot gebed, dat ze als een
gemeenschap dagelijks gezamenlijk een paar
keer offerden.
Het dorpje is opvallend rustig. In 1961 was het
de armste en meest geïsoleerde van alle
agrarische dorpen in de regio. De meeste
inwoners waren arme boertjes, die met hard
werken moesten leven van hun schonkige
koeien, schapen en geiten.
Er was geen arts en er woonde geen pastoor
bij de parochiekerk. De pastoor van Cosío was
eveneens de pastoor van Garabandal en in de
weekeinden trok hij op een ezeltje langs het
karrenspoor omhoog om de Mis te celebreren,
de biecht te horen en de kinderen van
Garabandal catechisatielessen te geven.
Het dorpje, nu nog onbekend, was
voorbestemd om een religieus heiligdom te
worden dat anderen zal overschitteren.
Het bezoek van de Engel
De bovennatuurlijke gebeurtenissen van
Garabandal beginnen op 18 juni 1961, op
zondagavond om half negen. Vier eenvoudige
meisjes zijn aan het spelen aan de rand van
een hol weggetje (calleja) aan de zuidzijde van
het dorp. Conchita Gonzalez, Maria Dolores
(Mari-Loli) Mazon, Jacinta Gonzalez en Maria-
Cruz Gonzalez. Maria-Cruz was 11 jaar, de
anderen 12 en ze allen komen allemaal uit
arme gezinnen.
Ze zijn groene appels aan het plukken van een
boom die van de onderwijzer van het dorp is.
Als kinderen zijn ze op onschuldige rooftocht.
Ze lachen vrolijk terwijl ze gretig in de groene
vruchten bijten die nog ver van rijp zijn op die
18e juni.
Plotseling weerklinkt het geluid als van een
luide donderslag. Zij kijken verbaasd omhoog,
naar links en naar rechts.
"Het is net of het dondert" roepen ze verbaasd.
Dan wordt Conchita zich bewust van het
kwaad van hun "rooftocht" en zegt: "Oh, wat
een schande. Nu we de appels hebben geplukt die
niet van ons zijn, zal de duivel blij zijn en de arme
Beschermengel zal ongelukkig zijn.
Toen begonnen we stenen te verzamelen en
gooiden ze met al onze kracht naar de linkerkant,
waarvan wordt gezegd dat daar de duivel is.”
En als ze er meerdere steen gegooid hebben
gaan ze wat knikkeren.
Korte tijd later verschijnt in een stralend
bovennatuurlijk licht een schitterende engel.
Plotseling staat er voor hen een stralende
engel. Hij zegt niets en verdween al snel.
Conchita was de eerste die de engel zag; ze viel
op haar knieën, werd lijkbleek en bleef in
extase met gevouwen handen en verzuchtte
steeds: ,,Oh! Oh!" De anderen meenden dat ze
een beroerte kreeg en schrokken hevig. Zij
wilden Conchita's moeder gaan verwittigen
toen ze plotseling in dezelfde richting als hun
vriendin ook de engel zagen en op hun beurt
in extase geraakten.
Bleek en zichtbaar geschokt, renden de
meisjes terug naar het dorp en verborgen zich
achter de kerk in het dorp. Ze waren ontroerd
en beefden van heilige schrik; ze waren
beschaamd over hun rooftocht maar tevens
onuitsprekelijk gelukkig om het wondere
visioen. Hun eerste reactie tegenover de
verschijning is heel typerend: eerst waren ze
erg geschrokken en in de war, maar dan ging
hun hart onweerstaanbaar uit naar die
schitterende Engel en zweefden ze tussen
bewondering, angst en vreugde.
In de komende dagen bleven de meisjes de
engel zien.
Het is de Heilige Michael
Spoedig zouden ze weten dat het Sint Michaël
was, alhoewel hij helemaal anders verscheen
dan de gehelmde en geharnaste centurio die
de draak neersteekt die zij kennen van hun
kleine parochiekerk.
"De engel kwam, gekleed in een lang blauw
gewaad, los en zonder naad. Hij had lichte, roze
vleugels, groot en zeer mooi. (Zie de foto) Zijn
kleine gezicht was niet lang maar ook niet rond.
Hij had een zeer mooie neus, zwarte ogen en een
bruin gelaat, zeer fijne handen met geknipte
nagels, zijn voeten waren onzichtbaar. Hij zag er
ongeveer uit als iemand van 9 jaar. Toch wekte hij
al de indruk van een onweerstaanbare kracht."
Zo zag de hemelse persoon er uit die hen op
18 juni 1961 in de avond van die zondag die ze
niet meer zouden vergeten.
Op 19 juni kwam de engel niet. Ze zagen hem
de 20e pas weer terug. En daar de buren er
nog geen stap voor wilden verzetten, noteerde
Conchita met een ontwapende naïviteit in haar
dagboek. "Deze twee dagen was er geen
andere persoon bij ons, we waren slechts met
vijven de engel, Loli, Jacinta, Cruz en ik."
Ze zagen de engel nog op meerdere van de
volgende dagen terug in het bijzijn van meer
getuigen. Op zaterdag 24 juni verscheen hij
met een mysterieus bord waarop Romeinse
letters stonden die de kinderen niet begrepen.
Op 25 juni kwamen dokters naar boven om
tijdens de extases meerdere tests uit te
voeren. De meisjes waren er volkomen
ongevoelig voor en bemerkten het pas na de
extase. "Het deed ons geen pijn, maar wij de
merktekens bleven wel", verklaarde Conchita.
De daarop volgende week waren er slechts
drie verschijningen. De engel keerde totaal
acht keer terug.
Tenslotte, op zaterdag 1 juli, sprak hij: “Weten
jullie waarom ik ben gekomen? Ik kom om jullie
een bezoek van de Maagd aan te kondigen onder
de titel van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg
Karmel, die morgen aan jullie zal verschijnen,
zondag."
"Op deze dag zagen we dat hij [de engel] tekens
onder hem had ... We vroegen hem wat ze
betekenden, maar hij glimlachte alleen maar en
zei niets.” “De Maagd zal jullie erover vertellen. Ik
zal morgen komen met de Maagd.”
- uit Conchita’s Dagboek
Op 2 juli 1963 verscheen de Heilige Maagd aan
de kinderen, het was net na zes uur ’s avonds.
Ze verscheen in de rotsachtige weg die leidt
naar het pijnbomenbosje boven het dorp.
Onze-Lieve-Vrouw hield het Kindje Jezus in
haar armen en werd vergezeld door twee
engelen, één aan elke kant.
De engel van de kinderen werd later
geïdentificeerd als de Heilige Michael, de
Aartsengel. De tweede engel was bijna
identiek. Boven en rechts van hen was een
groot oog, waarnaar de kinderen verwezen als
het Oog van God.